Nieuws

Stedelijke ondernemerslessen uit Rotterdam voor jonge boeren

                   

Hoe ziet de landbouw in Nederland er over ongeveer twintig jaar uit? Een vraag die steeds relevanter wordt en zeker als jonge agrarisch ondernemer en (toekomstig) bestuurder. Met dit in het achterhoofd ontwikkelde Food Hub een programma voor het LTO Talentenprogramma. De deelnemers, allen jonge boeren, kregen een snelcursus Voedseltransitie & Trends en leerden zo vanuit een nieuw perspectief naar hun sector en dagelijkse realiteit te kijken. Het doel: een aangescherpte visie op hun eigen bedrijfsvoering en de toekomst van de landbouw.

En dat in Rotterdam, een stad die in beweging is en waar ondernemerschap en creativiteit de vrije ruimte krijgen. Deze jonge ondernemers stappen voor twee dagen uit hun eigen wereld en laten zich inspireren door ondernemers uit de stad. Beiden, boer en stedeling, begeven zich in de voedseltranstie; weliswaar op een andere manier, maar dat zij van elkaar kunnen leren is zeker.

Letterlijk op het dak van Rotterdam, bij Op Het Dak, ontmoeten we de groep voor het eerst. Melkveehouders, een imker, akkerbouwers en varkenshouders vanuit het hele land gaan op hoog tempo kennis maken met de transitietheorie en de ontwikkelrichtingen die nu te zien zijn. Joris Lohman (Food Hub) benadrukt dat de uitdaging voor nieuwe bestuurders is om een nieuw verhaal te creëren, een eerlijker verhaal dat niet in twee kampen is verdeeld. De jonge boeren worden op scherp gezet en aangemoedigd te onderzoeken welke kansen er voor hen in de grote verhalen (trends) liggen. Hoe kun je daar op inspelen?

Vol vragen gaat de groep ‘s avonds aan tafel bij Dertien van Pepijn Schmeinck. Terwijl de tafel vol staat met mosselen in crème cru en lardo, prei, wildzijn, en gefermenteerde kool wordt ‘het lievelingsmodel van Joris’ het meest besproken: “Gaat het dan niet om een revolutie om tot verandering te komen?”. Ook het bezoek en fietsen door de stad maakt het een ander los: “Hoe kijken stedelingen nou echt naar boeren?”.

Na het eten wordt het groepsgevoel nog even versterkt onder het genot van een biertje, maar niet te lang: de volgende dag zijn we vroeg weer onderweg. Om half 10 arriveren we te fiets bij de Floating Farm. Of liever: het bezoekerscentrum van de Floating Farm – want de drijvende melkveehouderij is nog niet gebouwd. Waarom dat zo is? Floating Farmer Albert Boersen, zoon van een Friesse melkveehouder, legt ons uit dat dit concept zo innovatief en anders is dat het in geen enkel hokje past voor wet- en regelgeving. Vragen als ‘wordt een koe zeeziek?’ hoefden niet eerder in de landbouw gesteld te worden, maar hier wel. Vervolgens kan Albert pas verder als er na een half jaar een acceptabel antwoord is. Kortom: pionieren is leuk, maar het wiel uitvinden gaat ook gepaard met vele hobbels en omwegen.

Bij Uit Je Eigen Stad steekt David-Jan van Gorkom (aandeelhouder) direct van wal: “Ik ga jullie geen sprookjes over stadslandbouw vertellen”. UJES heeft de ambitie de stad te voeden met stadslandbouw als productiebedrijf moeten bijstellen, omdat dit gewoonweg niet mogelijk was. Volgens David-Jan is voedsel produceren in de stad een mythe, want “het vakmanschap, de kennis en de kwalitieit van de grond die de boer heeft kun je als stedeling niet evenaren”. Uit Je Eigen Stad is nu een plek waar educatie de boventoon voert. Daarnaast is er ruimte voor kleinschalige innovatieve experimenten die ofwel opgeschaald kunnen worden bij succes, ofwel ingezet kunnen worden in de ‘echte’ landbouw.

Na een kleine twintig minuten fietsen worden we ontvangen door Bob Richters, initiatiefnemer van Hotspot Hutspot: een plek waar iedereen welkom is, als gast en als medewerker/vrijwilliger. Maar ook de plek met het lekkerste eten in Rotterdam voor de beste prijs. Bob vertelt over mensen van alle leeftijden met een rugzakje die bij hem over de vloer komen en de kans krijgen te ontdekken wat ze leuk vinden. De drijfveer van Bob: daadwerkelijke gastvrijheid. Iedereen moet zich welkom voelen. Geld is voor hem hierin niet het belangrijkste, dat is doen wat je leuk vindt. Dan maakt de rest niet zoveel uit.

Door regen en wind trappen we de iconische Erasmusbrug over voor een bezoek aan de Fenix Food Factory waar we met Marijke Booij van Booij Kaasmakers spreken. Zij heeft de weg naar/in de stad gevonden en kan direct haar product aan de consument verkopen. Haar boodschap: “dit moet je leuk vinden – als je liever geen mensen om je heen hebt, dan moet je dit niet willen”. Ook Marijke loopt tegen de grenzen van wet- en regelgeving aan. Maar ook het aanvragen van subsidies: daar heb je eigenlijk al heel veel kennis voor nodig. Toch lijkt voor Marijke het credo “gewoon doen” leidend: niet stilstaan, ontwikkelen en daardoor ontdekken is volgens de groep wat haar ondernemerschap kenmerkt.

Na een dag fietsen, luisteren, en vragen is de koek op. Moe maar voldaan worden de fietsen weer ingeleverd en vol inspiratie stapt de groep in de trein. Weg uit de drukte van de stad, terug naar de koeien, varkens of aardappels. Al deze informatie moet nog even landen, maar één boodschap is zeker aangekomen: door een kijkje in de keuken buiten je eigen sector en vanuit een ander perspectief kijken naar je dagelijkse praktijk wordt je weer op scherp gezet. Gewapend met nieuwe inzichten en kennis gaan zij verder ontdekken wat hun rol is in de voedseltransitie en welke waarden voor hen belangrijk zijn.

Voor een indruk van het programma: Nieuwe Oogst TV maakte een nieuwsitem.

Dit programma van twee dagen heeft Food Hub ontwikkeld in opdracht van LTO Nederland voor het LTO Talentenprogramma.